aug 29 2011

Serres 2011 – solo in de bergen

Publicatie van in Bergvliegen,Bijzonder

Dit is mijn 5e jaar dat ik in de bergen vlieg. Eerst met de SZT op “vakantie” in Gap-tallard, om te proeven wat bergvliegen is. Daarna met vliegmaat Rene de andere jaren invulling gegeven. Eerst gingen we alleen met de Duodiscus, maar nu gaat ook een tweede kist mee. De ventus 2Ct!
Dan komt de vraag: “Ben je er klaar voor…”?
Vorig jaar had ik al een vlucht op de Duo gemaakt, waarbij ik 95% van de vlucht zelf invulling moest geven. Dan weet je hoe dat voelt. Ik had me er al op voorbereid, door nog een extra ventus vlucht te maken en een aantal checks te doen.

Gisteren had ik weer een Duo vlucht waar ik het grootste gedeelte voor mijn rekening moest nemen. De “mindsetting” was er dus. Laat maar komen, die solo vlucht.

Voorbereiding

Vandaag is de Ventus “mijn kistje”… Zo voelt dat. Alles gereed maken: poetsen, accu’s erin, parachute erin, instrumenten instellen, proef zitten, A inspectie. De rij van kisten is beduidend langer dan gisteren en dat is niet gunstig voor mij. Rene start vandaag met Uwe in de Duo, maar die staat voor aan in de rij van tweezitters. We kunnen dus niet samen optrekken. All on my own….

Start

De eerste kisten in de rij werden 10 km verder op afgezet, tegen de helling bij Aspres. Later op de dag werd mtgne d’Anjour (foto links) gekozen. Ik had de eer om de eerste piloot te zijn om het te proberen…. De sleep gaat goed. De wind staat goed op de helling. Eerst wat achtjes draaien. Daarna thermiek cirkelen boven de kam. Als ik genoeg hoogte heb durf ik af te vliegen. Op naar de Malaup, via de Crete des Selles.

Het debacle van de Malaup

Achter de Crete des Selles zakt het als een baksteen. Gas erop en naar de Tete de Boursier, die voor de Maloup ligt. Dit is een huisberg van Gap-Tallard, waar je wel bij afgezet wordt. Dan wel boven de kam… Ik kom op kam hoogte aan en moet maar zien of die het doet. Het zakken en het stijgen volgen zich keer op keer op. Niet effectief. Rustig blijven is het advies! Ik heb Gap-Tallard in de Cambrigde gezet, zodat ik altijd terug kan vliegen.Om een lang verhaal kort te maken…: Het kost me veel tijd en geduld om hoogte te winnen…. Het lukt me om op 2400m te komen en durf de oversteek te maken naar Mtgne de Jouere.

Vogels – de aanwijzers

Bij de Mtgne de Jouere doet de helling het goed. Ik vlieg hem even af waar het meeste stijgen zit. Bij een 3m bel ga ik draaien. Ik zit ruim boven de kam. De vogels, ik denk dat het buizerds zijn, vliegen mee. Of vlieg ik met hen mee…. Ik bereik zo’n 2600m en ga naar de Tete de Grosse.

Tete de Grosse

Ondertussen nog een goede bel gevonden, voordat ik bij Tete de Grosse aankom. Bij het bergvliegen is het belangrijk dat je de bergnamen uit je hoofd leert. Bepaalde bergen herken, door bepaalde typering. De Tete de Grosse is herkenbaar aan het meertje op de berg, dat als drinkwater voor de dieren dient. Een hele geruststelling, als je de bergen zo kunt herkennen.

Op naar het Parcour

Het is gek. Toen met de SZT mee ging naar GAP was het parcour voor ervaren en snelle vliegers. Daar hebben “vlakke land vliegers” niks te zoeken. Ik ben nu 5 jaar verder en ik vlieg naar het parcour. Niet voor de eerste keer. Elk jaar, na het SZT kamp, ben ik met vliegmaat Rene naar het parcour gevlogen. Zo heb ik de pracht en de gevaren onderwezen gekregen.

Dormilouse

Ik vlieg naar de Domilouse, die onderdeel uit maakt van het parcour. Onderweg pak ik toch een bel mee en win 200m. Dat geeft rust bij het aanvliegen. Ik kom op kam hoogte aan en de helling doet het goed. het is redelijk druk, want het is een prachtige dag. Niet zo druk als op Zandvoort, maar toch. De FLARM , een alarmerings- apparaat voor botsing gevaar, gaat regelmatig af.

Pic de Morgon

Nu komt de Pic de Morgon (rechts). Ik vindt deze berg prachtig vanwege zijn prachtige rode gloed in de rosten. Maar ook het uitzicht over het Lac de Serres Poncon (links). Ik krijg een prachtige bel van 3 a 4 m/s op de kop van deze berg. heerlijk uitdraaien en hoogte winnen. Dan durven we naar de overkant. Op naar e Mt Gauillaume.

Mont Guillaume

Deze berg heeft de afgelopen jaren onze meerdere malen prachtig stijgen gegeven, om voldoende hoogte te vinden voor de terugreis naar Gap-Tallard of Serres. Dit keer mag ik heb hem “solo” mee pikken. bij aankomst, 45 graden openen naar de berg, en kijken waar het stijgen zit. Ja hoor, hij doet het goed. Heerlijk achtjes draaien en de helling afschrapen. Ik heb nu een paar uur gevlogen en vindt het mooi om aan de terugreis te beginnen. Het is 5 uur in de middag.

Les Parias

Zuinig terug vliegen via de berg Les Parias. De helling doet het beperkt, totdat ik bij een kommetje kom. Daar weer een heerlijk bel van 3 m/s. Als je zo een paar uurtjes alleen je ding koet doen, gaat het thermiek vliegen ook steeds beter. Die sterke bellen vlieg ik met 120km/uur. Dan ligt de kist wat stabieler en de bellen zijn toch vaak krap. Stijl draaien dus. Nu hoogte zat. Vliegveld Serres staat weer in de boord computer. het antwoord is geruststellend: 1000m boven glijpad. Niet rijk rekenen, maar het staat toch leuk.

Mtgne de Charance

na een kleine steek kom ik bij Mtgne de Charance. De bel geeft 2m/s stabiel stijgen. Als ik link uit de cockpit kijk, zie ik 3 kleine lenticularis achtige wolken. Zou het me lukken om op mijn solo vlucht ook golf te pakken. Ik draai wel uit, maar er komt geen golf. Dat zou te mooi zijn….

Lokaal oefenen

Vliegend uit de richting van Gap-tallard, kun je het veld van Serres vinden ‘als je het water volgt’. Er liggen beekjes/stroompjes naar Serres. Ik heb drie uur gevlogen en ben blij dat ik veilig bij mijn veld ben terug gekomen. Ik ben niet erg moe, dus besluit nog wat lokaal te oefenen. Heerlijk om nu uit te proberen wat er wel of niet werkt. Even naar de Mtgne dÁujour terug, daarna naar de (mtgne de st geris) “badkuip” zoals de Duisters deze berg noemen. Daarna een doorsteek naar ‘de Cabre’. Halverwege keer ik terug, omdat i het niet aandurf. Eerst weer hoogte pakken en een tweede poging. ja hoor, we halen het en fladderen hier ook even rond. Daarna terugg en de vlucht afronden.

Klote landing

Boven het veld vlieg ik nog een keer over om te zien hoe de windzak er bij staat. Ook even de cambridge (vluchtcomputer) uitlezen wat de windrichting en sterkte is. 30km wind, betekend 15km bij de advies landingssnelheid erbij. Met 120 km dus landen. De landing gaat goed, tot het moment dat ik loop te klooien met de kleppen stand op final. Ik maak hierdoor een 2e landing…. Afblijven van die kleppen, als ze goed staan!

Blijdschap

Je kunt je wel voorstellen dat ik erg blij ben met deze mijlpaal. In 2006 begonnen met zweefvliegen en nu solo in de bergen. Door geconcentreerd en goed voorbereid met mijn passie bezig te zijn heb ik dit kunnen bereiken. I’m happy man!

De vlucht..

De vlucht staat ter lering en vermaak op de OLC. Ik schrijf vlucht nr 45 in mijn logboek. De 195km, in 4 uur, is meer dan dat ik ook in Nederland overland heb gevlogen…. ik heb wel meer in Duitsland gevlogen (360km), maar toch voelt dat raar… heb ik nu meer ervaring met bergvliegen, dan met vlakke land overland vliegen. Dat is een mooie uitdaging voor 2012!

One response so far

apr 15 2011

Gevangen in de CTR…

Publicatie van in Overland,SFG Duisburg

Vandaag heb ik de beschikking over de Ventus 2cT van mijn Duitse club “SFG Duisburg”.
 

Vorig jaar uitgecheckt en vandaag weer een spannend moment:
“Zelf opbouwen en lekker vliegen!”.

Opbouwen

Ik had wel een aantal keren meegeholpen de Ventus op te bouwen, maar alleen opbouwen is toch anders. Je voelt je verantwoordelijk en wilt het gewoon goed doen. Als voorbereiding netjes het handboek goed doorgelezen op de bank en nog een paar elementen uitgezocht, die ik vandaag wilde uitproberen.
Martin, mijn buurman vandaag op de strip, is zo vriendelijk om me te helpen! In korte tijd zitten de vleugel er aan. Gewoon goed opletten dat de verdeling van de hoofdliggers goed is.

Geen transponder – de opties

Op de briefing hebben we te horen gekregen dat de we CTR hebben en de sectoren A/B/C/D. In deze kist zit geen transponder. Ik heb dus twee opties: Of “Gevangen in de CTR” of cruizen op de turbo naar Duitsland. Ik kies voor het eerste. Ik wil eerst het cruizen vandaag eens uitproberen. Ik heb de beschrijving in het handboek gelezen. Mijn vliegdoel voor vandaag is dus:
– Strak langs de CTR vliegen
– Motor bediening en “Kruisen”
– lekker vertrouwd worden met de kist.

Starten

Vlak voor de start merk ik dat ik, met parachute, met mijn hoofd tegen de kap aan zit. Snel de leuning anders zetten en het voetenstuur verder naar voren. Hier hou ik niet van. De lierstart gaat lekker en ik vlieg meteen een bel in. Onderin tussen 1 en 2 m/s. Bovenin wordt ie beduidend sterker. Dat belooft een mooie vliegdag.

Langs de CTR

Ik heb mijn PNA meegenomen met vlucgt software. Zo kun je goed zien waar de CTR zit. Bij Arnhem zuid moet ik een keer naar het centrum vliegen om daar een wolk aan te vliegen. Dat geeft me weer hoogte en daarna vervolg ik mijn parcour weer. Tussen de bellen door heerlijk oefenen met de flaps. Die zetten we dan op -1 of -2, waarbij de de snelheid automatisch uitkomt op zo’n 150km/h resp 190km/h. Een bel aanvliegen oefen ik op de methode van Stephan. “Bij stijgen, de kist optrekken en alle energie er uitnemen.” Met de ventus gaat dit heerlijk. Ik geniet.

Harskamp actief?

Al vliegend naar het noorden, nader ik de Restricted Area EHR9 (Harskamp). Ik twijfel over het feit of deze actief is, dus maar even navragen. Beter 1 keer teveel gevraagd, dan een eigen stomme beslissing te nemen…. “EHR9 is actief”, luid het antwoord. Dan er maar onderlangs vliegen, maar daar zit een rara plak met wolken. Niks van thermiek te vinden. Ik besluit koers te houden op Terlet en dan maar even zien wat we tegenkomen. De kleine watertjes op de kop van Deelen doen niks. Pas bij de kop van 22 krijg ik een klein belletje van 1m/s. Goede oefening “oppikken”.

Richting Apeldoorn

Na de bel helemaal uitgeklommen te zijn, ga ik weer terug naar mijn doel: de CTR langs vliegen. Terug naar Apeldoorn. Hier is het weer goed te doen. In dit traject geoefend om niet elke bel te pakken, maar er ook 1 of 2 over te slaan, door gewoon alle energie eruit te trekken en weer verder te gaan. Je merkt met zo’n kist, waarbij je sterk gaat variëren met de snelheden en de hoogten (door op te trekken), dat de G-krachten ook sterker zijn. Je zit dan wat strakker in je stoel, maar het meest zichtbare is het rondvliegen door de kap van mijn boterham. Die lag nog op mijn schoot, maar n u even boven in de cockpit…..

Ongeduldig

Ik heb mijn rondje CTR gehad en kom weer bij Arnhem uit. Daar heb ik continue zakken. Boven ziekenhuis Rijnstate pik ik een klein belletje van 0,5 m/s op. Die krijg ik niet helemaal rond en wordt wat ongeduldig. Nog een keer verleggen. Hoogte erbij en hoogte eraf. Ik vlieg wel naar het knooppunt A12/A50. Daar zit altijd wel wat en …… ik moet toch de motor oefening nog doen. Rechts van me liggen de grasvelden bij Valkenhuizen.
Waarom heb ik vandaag dat geduld niet….?

Motor oefening

Ik besluit de motor aan te doen. Halverwege stopt het uitklappen. Heb ik weer. Gewoon goed opletten. Deze zekering is er uitgeklapt. Indrukken en het uitklappen gaat weer verder. De turbo springt goed aan. Aan de oostzijde van Terlet krijg ik een prachtig stijgen van 4m/s. Normaal doe je de turbo weer in, maar ik wil het “kruisen” oefenen. Als ik op zo’n 700m zit, zet ik de flappen stand van +1 naar -1. De neusstand gaat naar beneden en de snelheid loopt op tot zo’n 130 tot 140 km/h. Even richting Eerbeek. Onderweg krijg ik regelmatig klappen van de bellen die ik doorheen vlieg. Ik zet de flappenstand maar op 0 om de snelheid er iets uit te laten lopen. Het gaat dus goed dat “kruisen”…. De motor kan weer in.

OLC vlucht

Ten opzicht van de ‘grote mannen’, die 600 en 700km vlogen, is mijn vluchtje met 110km niks. Toch zet ik ‘m op de OLC om ook andere beginnende overlandvliegers (zoals ik zelf) te laten zien dat je je eigen oefeningen kunt bedenken met de mogelijkheden (en niet de beperkingen) die je hebt.

No responses yet

jan 04 2011

Goede voornemens

Publicatie van in Bergvliegen,Overland

Zo in de eerste week van het nieuwe jaar leek het me een goed idee om weer eens de doelen voor dit jaar op te schrijven. Niet dat ik zo’n prestatie mannetje ben, al komt het misschien zo wel over als je met passie over het zweefvliegen schrijft, maar omdat ik gemerkt heb dat ik effectiever van mijn gebruik maak als ik een doel voor ogen heb. Ik heb vorig jaar april daar al een artikel over geschreven: Het verschil tussen een droom en een doel….

Taboe

Helaas moest ik de eerste TABOE (=Training Aan Beginnende Overlandexperts) bijeenkomst van het seizoen 2010-2011 missen, maar de tweede TABOE dag in december j.l. kon ik er weer bij zijn. Het is altijd weer leerzaam om getriggerd te worden door een leuke presentatie van ervaren vliegers. Ook in 2011 staan er nog een aantal bijeenkomsten gepland: 15 januari en 12 februari.

Theorie (overland) meteo

Ik heb het afgelopen jaar gemerkt dat, ondanks de hulpmiddelen van PC-Met en Wetterjetzt, ik een aantal keren de meteo voorspelling heb zien inkakken. Je denkt aan het begin van de week dat het later in de week een prachtige overland dag gaat worden. Naar mate de week vordert, wordt het stukken minder. Afgelopen jaar is er op het vliegveld Grefrath een meteo cursus gegeven, gebaseerd op het PC-met programma, door een meteoroloog (en zweefvlieger) uit Duitsland. Ik hoop dat ik het kan inpassen om de cursus in 2011 kan bijwonen.

Meteo in de bergen is weer een ander verhaal. Ik ben een goed boekje op het spoor gekomen, dat ik wil ga aanschaffen. Die Entwicklung der Thermik im Gebirge – und weitere Aufsätze zum Alpensegelflug van Martin Dinges.

Checkstarts en doellanden

Het begin van het seizoen moet je goed beginnen: met checkstarts en doellandingen (per type). Ik kijk graag terug op de checkstart van vorig jaar, die had ik met instructeur Rob de Bruin had. Ik was gestart in de ASK-21 vanaf baan 22 op Terlet. Moet een aantal vlieg standen laten zien, waaronder steile bochten. Dit vond plaats ter hoogte van baan 32L bij de A50. Bij zo’n 250m AGL meldde ik dat ik op circuit ga. “Doorgaan met steile bochten”, luidde de opdracht. Bij 200m meld ik nogmaals dat ik op circuit ga. “Doorgaan”, hoor ik nogmaals. Bij 180m hoor ik van achteren: “Nu mag je op circuit”.

Ik realiseer me dat ik het veld van baan 22 niet meer haal. Ik geef aan dat ik een alternatief circuit op baan 30 ga vliegen. Cross-wind landing. Alles gaat naar wens, maar had het weerhaan effect bij de crosswind landing wat beter kunnen opvangen. Een prachtige checkvlucht met alternatieve elementen. Dit heeft me vorig seizoen geholpen om bij elke vlucht alert te zijn op veranderde omstandigheden en open te belijven staan voor andere opties / mogelijkheden.

Zelfstart aantekening behalen

Dit jaar wil ik graag mijn zelfstart aantekening behalen. Om dit doel te realiseren heb ik contact gezocht bij een tweetal instructeurs, die samen in een DG500M maatschap zitten. Zij zijn bereid om me te begeleiden in het behalen van mijn doel. Om me theoretisch voor te bereiden heb ik hier en daar informatie verzamelt om te bestuderen. Naast het bekijken van het handboek van de DG500M is er ook een goed PDF document A Guide to Self-Launching Sailplane Operation van Eric Greenwell. Dit 56 pagina’s tellende document geeft een goed overzicht van wat er bij komt kijken bij het vliegen met een zelfstarter.

 

Het is me tegen gevallen wat er binnen zweefvliegend Nederland te verkrijgen is aan materiaal. Er zijn mooie PDF documenten van de EVO, VVO1 en VVO2 programma’s. Ook gezien de discussie op het zweefportaal, over wat nu wel of niet gedaan moet worden voor het behalen van een zelfstart aantekening, blijkt dat het niet eenduidig is. Ik heb voor mij zelf nu een programma uitgeschreven, waar ik allerlei oefeningen (o.a: motor start op de grond, motor starten in de lucht, noodprocedures met brand en electriciteit, landen met motor uitgeklapt/uit, etc) wil doen met de beide instructeurs. Ik heb ook de diverse ongeval rapporten, gerelateerd aan zelfstarters, door genomen om zo te kijken wat de meest voorkomende fouten zijn waar ik van kan leren.

 

Ook vanuit mijn ervaring met het TMG vliegen weet ik dat het goed is om procedures goed uit je hoofd te kennen. het verschillen tussen het kennen van de procedures en het uit je hoofd kennen van procedures is een groot verschil. Mensen die me kennen weten: “Daar maakt ie vast een leuk boekje van….”. En inderdaad, de afgelopen maanden het ik een aanvang gemaakt met een klein checklist boekje van de DG500M, die handig op je been kan liggen. Voor maart 2011 ga ik dit boekje afmaken, zodat ik in maart kan starten met het behalen van mijn aantekening.

Solo overland

Tweezitter vliegen is leuk, omdat je de passie van het zweefvliegen kunt delen met de ander. Samen navigeren en overleggen over de route. Daar heb ik de afgelopen jaren veel van geleerd. Maar het vliegen van mijn eerste 300km vlucht was ook een ervaring. Je komt dan toch met andere factoren in aanraking, dan dat je in een tweezitter zit en om het uur aan de beurt bent. Alleen keuzes maken gedurende de vlucht.

Ik wil dit jaar graag op de LS3a en de Ventus een aantal prachtige solo overland vluchten maken en zo de ervaring uitbouwen.

Vliegen in Frankrijk – Serres

Het afgelopen jaar heb ik voor het eerst, samen met Rene en Bernd, in Serres gevlogen. Dat is ons zo goed bevallen, dat we dit jaar weer geboekt hebben. Ik probeer een charter, van een zelfstarter, te regelen voor die periode.

 

Er zijn twee opties: Een prachtige DG808, links afgebeeld vliegend over Lac de Serre-Ponçon in Frankrijk, of een Ventus 2cM. Kijken wat het gaat worden.

No responses yet

aug 01 2010

Zonder buitenlanding ervaring overland vliegen?

Publicatie van in Overland

Gisteren ben ik even naar het veld gegaan. Even “luchten”, noem ik dat. Startende en landende zweefvliegtuigen op het netvlies. Maar ook het socializen op het veld met anderen is voor mij van groot belang. Ik leer veel van de verhalen van andere (overland) vliegers. Het is ook leuk te merken dat meerdere mensen je herkennen van “de thermiekfabriek”. Vandaag zette zweefvliegmaat Stephan me vandaag weer aan het nadenken……..

Van GPL naar Overland

Om het verhaal even in te leiden voor de lezers: “Vorig jaar mei heb ik mijn eerste 50km overland gevlogen met een LS4. Voor en na deze vlucht regelmatig grote overlands op de tweezitter gemaakt. In april/mei van dit jaar geen goede planning gehad voor een volgende solo overland. Ondertussen actief aan het vliegen bij mijn Duitse club. Overlessen naar flappen kist. Eerst op de LS3a en daarna op de Ventus 2cT. Mijn eerste vlucht op de LS3a duurde 50min.

Zonder buitenlanding ervaring overland vliegen?

IMG_7896 Mijn tweede vlucht de op de LS3a meteen een prachtige vlucht van 360km en door de Eiffel heen. Stephan vroeg, nadat ie mijn verhaal had gelezen, heel subtiel:” Heb jij wel buitenlandings ervaring, om met deze kist in de Eiffel te vliegen? Heb jij praktische ervaring om een kist bij boer Jansen neer te zetten, laat staan dat het een oplopend veld is (met je Turbo nog uit, omdat ie het niet deed…).

Dit is een hele goede vraag (beter gezegd “vragen”)! Ik realiseerde me na de vlucht dat het wel een grote stap vooruit was. Eerste solo vlucht van 50 km in 40 min. Tweede solo vlucht van 360km in 6 uur.

Daar tussen in hebben voor mij wel aardig wat oefenvluchten gezeten met o.a mijn vliegmaat Rene. Daar heb ik wel aardig van geleerd en meegenomen in mijn solo vlucht.

Is een ander veld een oefening buitenlanding….?

Jicin Ten opzichte van de meeste zweefvliegers van Terlet voel ik me rijkelijk gezegend dat ik vanaf andere velden heb mogen starten/landen. Te denken aan: Gap-Tallard (Frankrijk), Jecin (Tsjechie) (foto links), Vinon (Frankrijk), Serres (Frankrijk), Dinslaken (Duitsland), Grefrath (Duitsland). Je moet dan terugvallen op van wat je geleerd hebt: Hoek naar het veld inschatten, hoogte inschatten, afstand naar het veld toe, er niet bovenop kruipen, etc. Het zijn geen buitenlandingen, maar wel het vliegen van een (voor jou) alternatief circuit.

checkstart 2010 – alternatief circuit

Ik moet ook denken aan mijn checkstart van 2010 met instructeur Rob de Bruijn. Een mooie lierstart vanaf baan 22. Daarna wordt ik verzocht ten oosten van de A50 te vliegen, ter hoogte van baan 32L bij de Gelderse Zweefvliegclub. Ik mag een aantal steile wisselbochten laten zien. Bij zo’n 275m meld ik dat ik naar mijn aanknopingspunt ga vliegen. “Door draaien, ik wil meer steile bochten zien”, zegt Rob. Bij 250m hoor ik weer “doorgaan”. Ik weet nu dat ik me veld niet meer haal…. Bij 180m zegt Rob: “Ga nu maar naar je veld toe….” (grappenmaker). Ik meld naar achteren: “Alternatief circuit voor baan 30″ en draai een dwarswindbeen en een final. De landing gaat goed. Wordt alleen een beetje verrast door de crosswind (weerhaaneffect), maar op tijd opgevangen…. Is dit geen oefening buitenlanding….?

Overland met de DG505

Op 25 mei j.l. heb ik een prachtige vlucht op onze DG505 gemaakt. Ik mocht voor de eerste keer met de DG weg, als “PIC” (Pilot-In-Command). Snel even in mijn logboek kijken, voor het schrijven dit verhaal. Maar voor deze vlucht had ik in de afgelopen 2 maanden 9 maal op de DG505 ruim lokaal (30 – 60 min) gevlogen en geland. Is dergelijke type-rating voldoende om overland te vliegen?

Oefening: overlandcircuit met de motorzwever

veldkeuze vanuit tmg In het afgelopen jaar heb ik ook regelmatig met de motorzwever gevlogen. Help een eenzame zweefvlieger de winter door… Links een foto, in de buurt van Apeldoorn bij de A50, op een hoogte van zo’n 500m. Bij een van mijn lesvluchten, vanaf vliegveld Teuge, moest ik ook naar het laagvlieg gebied onder Deventer. Aldaar aangekomen trekt de instructeur de gashandel dicht. “Wat ga je nu doen?” “Wind bepalen, veld keuze, en landen…” Ook hier komen de aspecten om de hoek van: hoek naar veld en hoogte inschatten, circuit keuze…. Een prachtige oefening. In het pdf document van VVO2, sectie 3.2, staat deze oefening beschreven. Is dit geen oefening buitenlanding….?

Andere clubs?

De vraag van Stephan gaat nog steeds door mijn hoofd. Ik heb het afgelopen jaar aardig wat oefening gehad en heb toch het gevoel goed bezig te zijn geweest. Moet je praktische ervaring hebben met een buitenlanding bij boer Jansen? Is het niet belangrijker dat we een zweefvlieger de bagage geven, wat te doen in geval van een buitenlanding. De praktijk komt van zelf. Als je daar maar niet bang voor bent…. Maar wat is nu afdoende?

Ik ben benieuwd hoe andere zweefvliegers, maar zeker ook andere zweefvliegclubs met een overland cultuur, hier over denken.

No responses yet

jul 17 2010

Nieuwe liefde – Ventus 2cT

Publicatie van in Bijzonder,SFG Duisburg

Het hele jaar heb ik er over liggen dromen. Wanneer komt die dag? Vandaag is het zo het vo ver! Ik werd wakker voordat de wekker af kon gaan. Hoezo prettig gespannen. In de auto naar Grefrath hoor ik een liedje van “Rowwen Heze” met de titel “Wakker vur de wekker”. Toeval? Toeval bestaat niet. Vandaag mag ik voor de eerste keer op de Ventus 2cT vliegen!!

Handboek lezen

ventus diagram Het handboek had ik een half jaar geleden ontvangen en ingescanned naar PDF formaat. In totaal 148 pagina’s. Zucht. Afgelopen week elke dag een half uurtje in het handboek snuffelen. Netjes de belangrijke onderdelen langs gelopen: opbouwen, snelheden, gebruik van flaps en bijbehorende snelheden, herstel van bijzondere vliegstanden, motorbedieninig.

Opbouwen

Omstreeks 10:00 komen we op het vliegveld van Grefrath aan. De batterijen en de parachutes opgehaalt uit het club hok. Daarna ben ik aan de beurt. Ik mag zelf de Ventus opbouwen, onder begeleiding van Rene. De motoraccu voor in, tussen de benen. De twee accu’s voor de instrumenten zitten achter de stoel, achter een deurtje. Remkleppen los zetten en de linker vleugel monteren. Dat gaat wel erg licht. De borgbout er een stukje in, steun er onder en de rechter vleugel erin. Borgbout er in en klaar is Kees. Kees? Je heet toch Peter. opbouwen_small

De wingtips zetten we met z’n twee-en er aan. Afdekplaatjes plaatsen bij de tips. Het stabilo plaatsen gaat ook kinderlijk eenvoudig. Alleen nog even afplakken en “ready”.

Proef zitten

proefzitten small Het instrumentenbord kan omhoog, zodat je goed kunt instappen. Als je eenmaal zit en het bord is naar beneden is het allemaal “compact”. De stoelleuning wel even naar achter gedaan, anders is het helemaal liggen in de kist. Ik loop alle bediening handels even na en kijk of ik bij alle instrumenten kan.

Ik verbaas me over het feit dat de handel voor “het afwerpen van de kap” niet rood geschilderd (maar zwart is) en vlak naast de handel (ook zwart) van de brandstof toevoer (open/dicht) zit. Oplossing: “Brandstof kraan openzetten voor de vlucht”, is het advies van de instructeur. Er is minder opbergruimte voor wat spulletjes voor onderweg. Mijn toilettas met handgreep is een uitkomst en kan ik achter me leggen in de bagageruimte.

Aanhaken en lierstart

aanhaken smalllierstart small
Ik krijg van de Instructeur Bernd een “speciale behandeling” bij het aanhaken van de lierkabel. Een handstand aan de Ventus, gevolgd door een “dubbele Rietberger”. Aan de kabel zijn de prachtige contouren van de vleugels, typerend voor de Ventus, te zien. 18m schoonheid in de lucht.

Eerste starts

De eerste start gaat prima. Snelheid in de lier is OK, maar door de kleine baan kom ik niet hoger dan 250m. Ik laat het wiel maar uit, trim de kist snel uit bij de flaps op “0” op 115km/h. Daarna terug naar flaps “+1″ en op zoek naar thermiek. Na twee pogingen en niks gevonden, maar terug op circuit. Concentreren op de landing. Er staat een kist staartklaar. Dus maar maar niet te laag binnen komen. De eerste landing gaat prima. Het komt vergelijkbaar over met de LS4 en DG505. De tweede start mag ik de motor gebruiken, om wat extra hoogte te bereiken. De bediening gaat goed, maar het duurt even voordat de turbo aanslaat. Daarna netjes klimmen naar 500m. Deze vlucht, wederom geen thermiek te vinden, maar kan wel wat meer uitproberen. Een vluchtje van 17minuten. De derde start wordt een kopie van vlucht 3. Daarna wacht ik maar even op de thermiek… Wil ook ervaren hoe de Ventus zich gedraagd bij thermieken en steken….

Kleine overland

Om 15:15 komen de wolkjes over Grefrath. De Duodiscus, met Bernd en Rene aan boord, gaat voor me de lucht in. Daarna ben ik aan de buurt. Wederom kom ik op 250m van de lier. Turbo aan en naar 500m. Dit geeft toch wel een vrijheid. Daarna thermieken. De beide flappenstanden geprobeerd (+1 en +2). Met dit rustige weer gaat dit prima. Dit is genieten. De kist stuurt zeer ligt. Met twee vingers aan de knuppel en rustig in de bel houden met wat voeten.

thermieken small Ik zit met een brede grijns op het gezicht. De Duo heeft het water geloosd en sluit aan. Ik ga vast voor naar Kamp Lintfort. Heerlijk met flaps op -1 onder de wolken raggen met 150 to 180 km/h. Boven het veld wacht ik op de Duo, zodat we samen op kunnen vliegen. Rene heeft mijn flim camera mee en maakt prachtige shots. We vliegen door via Vorden naar Dinslaken en Dorsten. Vandaar maar eens terug.

De terugweg is moeizaam. Onderweg geen thermiek meer te vinden. Bij Vorden even bij de koeltoren proberen. Weer niks. Verder naar Kamp Lintfort. Een kleine bel geeft 0.5 tot 1 m/s. Maar ik heb geen geduld en volg de Duo. Een goede leerschool: “Blijf bij je eigen bel en uitgraven!”. Waarom zou een ander het beter hebben. Ik kom op 300m en besluit (helaas) toch maar de turbo te pakken. Bij Kamp Lintfort krijg ik weer een prachtige bel en kom op 1100m. De Duo heeft het zelfde, trubo gebruiken, moeten doen. Een kleine geruststelling. Ik had het zo mooi gevonden om een kleine overland zonder turbo gebruik te vliegen. Via het UL-veld van Kerken terug naar Grefrath. De Duo is al aangekomen op Grefrath. Ik heb nog hoogte over en doe nog twee oefeningen: Snelvliegen met de flaps in -1 en -2 en een slipvlucht over links en rechts. Na de landing zit ik met een big-smile in de kist. Een prachtige vlucht van 2.5 uur. Dat had ik niet durven dromen…..

Een nieuwe liefde…

Ik hoor vrouwelijke (zweef)vliegers wel eens over hun “jongetje” praten, als het om hun vliegtuig gaat. Mannelijke zweefvlieger zeggen misschien “meisje”. Kan een zweefvlieger verliefd worden op een vliegtuig? Ik ken er wel een paar. Ik ben vandaag ook wel een beetje verliefd geworden. Maar de grootste liefde zit thuis!

 
Bern en Rene: “Bedankt voor de instructie, begeleiding en het filmen!”. Tip top.

 
Thuis gekomen luister ik, via youtube, nogmaals naar het liedje van “Rowwen Heze”. De twee regel zegt heel toepasselijk: “En de droom gaat maar door….”. Geen toeval!

No responses yet

jul 15 2010

Voorbereiding Bergvliegen 2010 – Serres

Publicatie van in Bergvliegen

logo_qv_new Dit jaar gaan we, Rene en ik, naar vliegveld Serres. Dit is het thuisveld van Klaus Ohlmann, waar we vorig jaar 1 dag te gast zijn geweest. Op zijn website Quo Vadis kun je alles over Klaus en Serres vinden. Vorig jaar konden we na een bijzonder spannendere vlucht niet meer terug naar ons veld in Vinon. Via de radio hebben we advies van Klaus gehad hoe we het beste van st. Crepin naar Serres te vliegen. Om 19:00 weg bij st. Crepin en rond 20:15 geland op Serres. Elke berg, die volgens Klaus nog stijgen moest geven, deed het. We werder gastvrij ontvangen en konden in een chalet overnachten. Ook de meteo briefing van Klaus op de volgende dag , die meer dan één uur duurde, was zeer interresant. Dit heeft ons doen besluiten om dit jaar meer ervaring op te doen vanaf het veld Serres.

Kaarten

Als eersten maar eens actuele kaarten aangeschaft. Via de webshop van Quo Vadis zijn de kaarten en een boekje over buitenlandings velden te koop. Na betaling via internet bankieren zijn de kaarten binnen 3 dagen binnen. De kaarten even scannen, zodat ik uitsneden ervan kan maken met aantekeningen erbij.

Buitenlandingsvelden

Wat ik in de afgelopen jaren geleerd heb van mijn vliegmaat, is om van veld-naar-veld te vliegen. Zo ben je altijd binnen glijbereik van een landingsplek! In de bergen is niet elke landingsplek een vliegvliegveld. Daarom is er een net boekje gemaakt van mogelijke velden, die ook vermeld staan op de eerder genoemde vliegkaarten. Elke veld heeft een nummer en via dit nummer kom je in het boekje bij de beschrijving van het veld.
Nou kan het van jaar tot jaar verschillen dat een boer of prive eigenaar zijn land wel of niet beschikbaar stelt. Bestudering is dus geen overbodige luxe. Een snelle indruk geeft aan:

  • 2 velden vervallen: Noyers sur Jabron (nr 0), Chabottes (nr 33),
  • 1 nieuw veld: Envie (nr 80)
  • Bij diverse velden staat “pre-walking inspection recommended”.
    Zal er wel niet voor niets staan……

Een voorbeeld van zo’n bladzijde uit het boekje (links) en een buitenlandingsveld op de kaart (rechts), staat hieronder weergegeven.

montmaur 14 kaart 14

Hoe het er nu in werkelijkheid uit ziet, want zwart-wit foto’s zijn ook niet van gisteren, kun je met Google-Earth (of Maps) zien. Even onder in de hoek kijken, hoe actueel het kaartmateriaal is…. Gelukkig: 2010.

googlemaps 14 googlemaps 14 detail

Ik realiseer me: “Dit ga je niet doen voor alle 80 buitenlandings velden….” Zelf heeft het me wel geholpen bij mijn vluchten op vreemd grondgebied. Dus voor het gebied dat ik ga vliegen, ga ik me wel zo voorbereiden, maar wel op kleine schaal…

Keerpunten bestand

op de website van Wordwide Turnpoint Exchange zijn de keerpunten van Puimoisson te vinden. Het keerpunten bestand bevat de buitenlandingsvelden van de Franse Alpen. Voor de meeste type loggers/PDA (Seeyou, winpilot, cambridge, Zander) is een bestand beschikbaar. Op de website van een overland vlieger las ik een methode om de landingsvelden te nummeren overkomstig de nummers(pagina’s) in het buitenlandingsboekje. Een kleine moeite om de teksten bij te werken in het keerpuntenbestand (cambrigde formaat).

Franse Luchtruim

logo_fr_aip Het bestuderen van het Franse luchtruim kan door de Auronatical Information Publication (AIP) Gids te raadplegen. Daarnaast heeft zweefvliegclub Vinon een goed “Welcome document” gemaakt, waarin het luchtruim in de Franse Alpen goed besproken wordt. Ondanks dat ons veld “serres” is, blijft dit document een leuke bron qua voorbereiding. Zeker als het gaat om het luchtruim.

Ventus 2cT gaat mee

ventus We gaan dit jaar met drie vliegers naar Serres. De ventus 2cT van SFG Duisburg en de DuoDiscus T gaan mee. Op de foto van vorig jaar, met Uwe Berend als piloot, van een Ventus 2.

Literatuur

Er zijn een aantal interessante documenten over het bergvliegen op het internet:

  • De praktijk van het bergvliegen – D. Timmerman
  • Bergvliegen – Een risico? (Duits)
  • Uber sicheres Alpen Segelfliegen (Duits)
  • Zuurstofgebruik in de bergen – Kees Hordijk
  • Vinon Soaring – Welcome document (Engels)
  • No responses yet