aug 16 2011
Thermiekje – Ik ben in blijde….

aug 11 2011
aug 06 2011
Ik kom net terug van vakantie en lees op internet dat op maandag 25 juli mijn zweefvliegclub SZT failliet is verklaard. Het komt niet als een verrassing, het “hing in de lucht” zullen we maar zeggen, maar het doet er niet minder zeer om. Het doet zeer omdat er door zo’n feit ook een deel van de prachtige contacten verloren gaat. “Het veld” is een ontmoetingsplaats voor mensen met passie voor zweefvliegen….
In 2006 heb ik bewust voor de SZT gekozen. Er kon daar “door de weeks” (DBO) gevlogen worden. Ik wilde heel bewust alleen door de weeks vliegen, zodat ik tijd voor het gezin in het weekend had. Bij andere clubs in de regio was dat toen der tijd niet mogelijke. De keuze was dus eenvoudig.
![]() |
Met de versnelde opleiding, een product van de SZT, heb ik in 2 jaar mijn brevet mogen behalen. Mijn eerste vluchten op de Dimona heb ik gemaakt met instructeur Kees Hordijk. In setjes van zo’n 40 minuten maak je kennis met de eerste beginselen van het vliegen. Daarna overlessen naar de ASK21. Later ben ik solo gekomen bij instructeur Hans Groeneveld. Zo’n dag vergeet je nooit meer. |
![]() |
In de zomermaanden kon er op de woensdagavond en vrijdagavond gevlogen worden. Ik heb hier goed gebruik van gemaakt. Ideaal om bij rustig weer je start en landing te oefenen. Maar ook leuk om eens een passagiersstart te maken, met iemand die niet tegen turbulente lucht kan…. Zelf moet ik terug denken aan een prachtige vlucht van 2.5 uur waarbij ik mocht ervaren dat je ’s avond heerlijk kunt doorvliegen…. Dank aan Aemelie en Yvette voor het leiden van deze avonden. |
![]() |
Voordat ik mijn brevet heb behaalt, ben ik mee geweest met de SZT naar GAP-Tallard. Voor mij “een vakantie” met vliegen. Ik heb hier geweldig leuke instructie mogen ontvangen van Goos Hageman en Wibro den Hollander. Heel bewust had ik een aantal les start genomen op de DG505 op Terlet. In GAP heb ik bijna alle vluchten op de DG505 aldaar gevlogen. Daar heb ik steil leren draaien en “op tijd beslissingen nemen”. Ook de voorbereiding was leuk. Powerpoint presentaties maken, samen met Yvette, om de deelnemers te informeren. Dit was toch wel een van mijn hoogte punten in de mijn SZT periode. |
In GAP was de DG505 (nog meer) mijn kist geworden. “Thuis” gekomen, op Terlet, mijn AUB (aanvraag uitbreiding bevoegdheid) aangevraagd voor het solo vliegen met de DG505. In totaal heb ik 105 uur op de DG505 gevlogen bij de SZT.
| In 2009 wilde ik overland leren vliegen. Het overland vliegen werd door Kees Hordijk begeleid, maar was stil komen te liggen door zijn vertrek. Ik heb voorgesteld het programma weer leven in te blazen. Die winterperiode heb ik het “gehele internet” (naar mijn gevoel) afgezocht naar naar materiaal over overland vliegen. Met goedkeuring van Goos hebben we 5 instructeurs bereid gevonden om 10 deelnemers te coachen. In 2009 heb ik mijn eerste 50km solo overland vlucht gemaakt. |
|
Op de foto: Geland op Salland….
Ik moet mijn teleurstelling uitspreken over het feit dat in 2011 er een instructeur tussen geplaatst moest worden. Ik mocht het schijnbaar niet organiseren. Door diverse omstandigheden heeft dat jaar praktisch niemand (als leerling) overland gevlogen….
![]() |
Ook het TMG vliegen heb ik als zeer prettig ervaren, als aanvulling op het zweefvliegen. Op diverse fora wordt het TMG betiteld als: maakt teveel lawaai, niet kosten dekkend, kan niet samen in een gezamenlijk startbedrijf. Ik begrijp het niet dat het TMG vliegen op Terlet altijd belachelijk werd gemaakt, terwijl er bij andere Nederlandse clubs ook TMG toestellen in gebruik zijn in combinatie met het zweefvliegen…… Bij mijn versnelde opleiding heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het TMG vliegen! |
Maar ook daarna. In de winterperiode was het goed om een “navigatie” oefening te vliegen. Een stuk “RT” in de praktijk te brengen en te onderhouden. Ook het oefenen van noodprocedures (motorstoring, motorloze landing, oefening buitenlanding in oefengebied bij Zutphen) was goed. Omgaan met andere factoren.
Ook mijn laatste vlucht met de PH-725 was bijzonder. Met “weinig brandstof” terug gevlogen naar Terlet. Uitklimmen en het veld halen. Dan de motor uitzetten (op de thermische dag…) en lekker thermieken. Gewoon met het “plastic” mee stijgen boven Terlet…. Aan Eddy Schuitema: Bedankt voor de leuke en leerzame lesvluchten!
Ik ben zelf wel een voorstander van TMG vliegen, als aanvulling op het zweefvliegen. Met een stuk her oriƫntatie kan dit best goed op elkaar afgestemd worden! Te denken aan:
Vaak wordt er over “de nationale functie” gesproken, die de SZT wel of niet zou vervullen. Ik heb gezien dat het operationele management van de SZT er veel tijd en energie in heeft gestopt om dit wel te bewerk stellingen. Ik denk wel dat de producten/diensten beter in de etalage gezet hadden kunnen worden. Elke club kon, per kist een deelname nemen, zodat elk clublid kon starten vanaf Terlet. Het kantelpunt was 10 starts per jaar, anders was een individuele dagkaart goedkoper. Op Terlet was altijd een sleepkist beschikbaar, zodat men de sleepaantekening kon behalen. Ik heb meerdere zweefvliegers gezien, van andere clubs, die hier gebruik van hebben gemaakt. Dan had de SZT ook altijd de mogelijkheid voor leden van andere clubs om deel te nemen aan theorie cursussen en examen. Ook de radio communicatie training (RT), en examens, werden bezocht door niet SZT-deelnemers. Hoe je wend of keert, er was dus behoefte aan dergelijke faciliteiten……
De afgelopen 2 jaar is de SZT kritisch gevolgd door diverse mensen. Grotendeels terecht (leert de geschiedenis nu). Deels door persoonlijke gevoelens/ervaringen bij mensen. Ik ben de SZT ook positief kritisch gaan volgen. Ik heb me daarbij wel beschikbaar gesteld (2009) voor de werkgroep werving. Het rendement viel me tegen, omdat er maar een beperkte groep van mensen met de uitvoering betrokken was. Ik wilde graag bijdragen, maar er kwam niet uit wat ik er verwacht had. In 2011 heb ik bedankt voor een soortgelijke werkgroep “werving”. Ik vond een werkgroep “behoud leden” en/of “behoud Terlet relaties” belangrijker… Ik heb geantwoord; “Het is grotere uitdaging om aan bestaande deelnemers uit te leggen wat de situatie is en wat er verbeterd moet worden, dan nieuwe deelnemers te vinden die van niks afweten…”
Tijdens de laatste deelnemersvergadering, in december 2010, vernam ik dat de niet betaalde huur niet gereserveerd was. Dit moest gecompenseerd worden met uitstaande rechtzaken richting de SNZT. Dit voelde niet goed. Ook bleek dat diverse bemiddelingen niet geleid hebben tot een opening voor een oplossing. De loopgraven waren schijnbaar al te diep gegraven. Ik heb geopperd (met anderen) om de veldhuur te gaan betalen om aan te geven dat de relatie een impuls nodig had. Waar een geschil over is (onderhoud hangaar), betekend nog niet dat je niet betaald voor de onderdelen die je wel gebruikt en geen geschil over is (veld, kantoor, elektra). Nee, was het antwoord. Onder de rechter…..
Ik heb het als een politiek spel van heren ervaren….. Van beroep naar hoger beroep. Het spel is nu uit, omdat er geen compromissen gesloten konden worden. Als deelnemers sta je nu met lege handen ( uh, nog 2 startkaarten…)
| Ik wil geen veroordeling uitspreken, daar moeten anderen zich maar over buigen, maar wel mijn verbazing. Ik begrijp niet waarom het opgehaalde obligatie geld niet is gebruikt, waarvoor het bedoelt was (aflossen lening DG505 aan SNZT), en waarom de niet betaalde huur niet geparkeerd is op een (aparte) rekening. Als we echt een exploitatie te kort hadden, waren de SZT deelnemers best bereid een (extra) bijdrage te doen… (schat ik in). | ![]() |
Ik vindt het ook wel opmerkelijk dat je als deelnemer door geen enkele betrokken partij (SZT zelf, de curator, VBSV (ongeacht of je lidmaatschap) informeert wordt omtrent het faillissement (de situatie, wie heeft het aangevraagd, de te volgen procedure voor een deelnemer met startkaarten en 1/2 deelnemerschap terug vorderen, de laatste dienstverlening (logboek administratie) ).
Ik heb met het schrijven van dit artikel ook een stuk van me af willen schrijven. Een overzicht gegeven van een (voor mij) prachtige periode, maar ook mijn verbazing willen uitspreken. Ja, en nu moeten je verder. Het zweefvliegen (op Terlet) is belangrijk voor mij. Het is ontspanning en een uitlaatklep voor me. Ik wil me daarom verder inzetten voor het zweefvliegen, in het bijzonder op Terlet. Een volkswijsheid zegt: “Onderzoekt alles en behoudt het goede.”
Er gingen ook dingen goed bij de SZT…..
Ik hoop dat andere SZT deelnemers hun weg vinden om te kunnen blijven genieten van het zweefvliegen. Sta open voor nieuwe contacten en ga weer genieten van het zweefvliegen…. Seeyou!
aug 05 2011
Over een aantal weken staat het vliegen in Serres (Frankrijk) voor mij weer op het programma. Zweefvliegers houden nu eenmaal van checklists……
Daarom publiceer ik maar de checklist, die ik hanteer bij een zweefvliegvakantie.
Suggesties en aanvullingen zijn welkom. Klik op het plaatje voor een grote versie.

aug 05 2011
De afgelopen jaren heb ik een aantal keren een Fokke en Sukke tekening gebruikt om een actueel thema rondom het zweefvliegen onder de aandacht te brengen.
Een aantal tekeningen liggen er nog op de plank….
Ik hou van woordspelingen en woordgrappen. “Loesje” en “Visje” lees ik daarom graag. Tijdens mijn vakantie kreeg ik het idee om zweefvlieg gerelateerde woordspelingen eens op papier te gaan zetten. Ik ga dit doen onder de naam:

jul 13 2011
Vandaag heb ik mijn oude vliegmaat Rugier Timmer gesproken. Per mail dan wel, omdat elkaar ontmoeten op de strip er even niet in zit. We wisselde wat informatie uit omtrent “overland vliegen” en “thermieken”. Ik attendeerde Rugier op het boek over “Streckensegelflug” van Helmut Reichman.
Daarop kreeg ik onderstaand plaatje weer terug over “thermieken voor dummies”.

Rugier is architect en dat zie je prachtig terug in het perspectief tekenen en het mooie handschrift. Klik op de tekening voor een vergrootte versie.
Toen ik met Joop Evertse, mijn overland coach in 2009, een overland training deed, werd ik al fijn geattendeerd dat je soms goed op de “onderwereld” moet letten. Kijk naar beneden waar er overgangen zijn tussen “warme/koude massa”. Klik op de link voor het hele verhaal er over.

Afgelopen week kreeg ik bij mijn checkvlucht op de Duo weer een mooie les geleerd van Ruud Holswilder. Weer over de onderwereld, maar nu de “bosrand”. Er stond een behoorkelijke wind en het thermieken ging niet makkelijk. Vaak vliegen we op de “automatische piloot” een kijken welke wolk dichtbij staat. Dat werkte die dag niet. Ruud adviseerde me, om tegen de wind in, langs de bosrand te gaan vliegen. En inderdaad, daar kwam de thermiek los.

Ik maakte na korte tijd toch de keuze om op veilige hoogte op circuit te gaan, maar kreeg de feedback terug: “Je had nog links om, wind mee, kunnen draaien i.p.v. de gehele bosrand af te vliegen”.
Het hele leven is vol keuzes…. De oefeningen blijven leerzaam! Weer een leermoment….
jul 02 2011
Een zeeman wil varen. Een ruiter wil paardrijden. Een zweefvlieger wil……. vliegen!
In ben mijn “zweefvlieg leven” bij de SZT begonnen, omdat ik door de weeks les kon nemen. Andere clubs faciliteerde deze dienst toen nog niet. Na het halen van mijn brevet wilde ik overland leren vliegen. Dit faciliteerde de SZT beperkt tot niet. Ik heb geprobeerd bij te dragen, door mee te organiseren, maar daar heb ik uiteindelijk weinig ruimte voor gekregen. Dat is o.a. reden geweest dat ik lid ben geworden van SFG Duisburg. Hierdoor heb ik mogelijkheden gekregen om te ontwikkelen op het gebied van overlandvliegen en bergvliegen. Door deze stap kan ik nu Ventus 2cT en DuoDiscus-T vliegen.
De afgelopen maand heb ik niet kunnen vliegen bij de SZT. Ik zie ook geen vooruit zicht dat dit nog gaat gebeuren. Ook op de vergadering van de VBSV kreeg ik signalen dat er niet naar “doelgroepen” wordt gekeken, maar met een eigen agenda. Een niet vliegende vereniging. Belangen behartigen van deelnemers. Er zijn plannen voor een vliegende vereniging, maar dan worden de kisten waar ik graag overland op vlieg (2x DG505 en LS4) gesaneerd. Ik concludeer voor mijzelf: Er is voor mij geen basis om te blijven, ondanks de vele vrienden en contacten die ik er heb. Verdrietig.
Ondanks dat ik lid ben SFG Duisburg, wil ik lid worden van een club “dichtbij”. Zeker op, voor mij, het mooiste veld van Nederland: Terlet. “Veranderen” van club vinden mensen moeilijk. Ik ook. Je weet wat je nu hebt en je weet niet wat je krijgt. Onbekend maakt onbemind. Ik denk dat dit ook een reden is waarom veel mensen “blijven zitten waar je zit…” hanteren. Omdat ik graag me verder wil ontwikkelen in het overlandvliegen (en bergvliegen) lijkt mij de Gelderse Zweefvliegclub de beste keuze. Vandaag ben ik lid geworden!

Ik ben vandaag ook meteen voor het eerst naar de Gelderse strip gegaan. Eerst naar het clubhuis. Samen koffie drinken en kennis maken. De vriendelijkheid valt me op. Ik was bang, met mijn afkomst (SZT), dat er vreemd naar je gekeken zou worden. Niks van te merken…. De lijst met vliegers wordt opgesteld en de kisten die meegaan worden besproken. Ik kan een ASK21 meenemen, samen met vliegmaat Dick, en op de strip opbouwen. Het gaat allemaal gemoedelijk en de “senioren” geven hier en daar advies bij het opbouwen. Prima. Bijna alles opgebouwd en de aanhangers kunnen weer dicht.

Ook de strip merk ik een goede sfeer. Ik kan rustig meelopen en meehelpen. Hier en daar zijn de procedures iets anders. Bijvoorbeeld een ASK21 gaat aan een bruin breukstuk omhoog, waar ik “zwart” gewend was. De breukstuk kabels (blauw, bruin, zwart) worden netjes in een houten koffers bewaard. Ordelijk. Spreekt me wel aan.

De GeZC heeft ook een prachtige vloot. 2 ASK-21 en 2 ASK23’s voor het lesbedrijf. Een 3 tal LS4 toestellen voor overland vliegen en een LS6. Maar ook 2 prachtige Discus CS toestellen behoren tot de vloot. Zie hier onder afgebeeld.

Ik zie deze dag als een nieuw begin. Het oude heeft niet afgedaan, maar een nieuw periode breekt aan. Zo voelt het aan. Vandaag nog niet gevlogen, ondanks dat het 2 keer is aangeboden door chef-instructeur Piet. Ik heb er zelf voor gekozen om nog niet te vliegen. Om 16:00 diploma uitreiking van mijn dochter Pauline! En dat gaat voor. Ik heb vertrouwen in de toekomst. Ik zie uit naar de volgende dag met de eerste (check) vluchten.
apr 26 2011
Bij het bergvliegen heb ik de afgelopen jaren filmopnames gemaakt. Daarbij maakte ik gebruik van een Sony Handycam (HD). Een dergelijk camera weegt zo’n 450 gr. Hij is niet door het ruitje van je cockpit te krijgen, maar weegt ook gewoon te veel om ergens op de kist te monteren….. De afgelopen jaren heb ik ook de NOS opnamen zien maken op terlet voor o.a. het programma klokhuis. Daar werd met behoorlijk grote (zware) camera’s gewerkt. Dat moet anders kunnen… In 2010 heb ik een CountourHD camera aangeschaft, die maar 150gr weegt, waarmee je prima van buiten af het zweefvliegen kunt filmen. Een waterdichte behuizing erbij, maakt het geheel af. In de Franse Alpen hebben we leuke opnamen gemaakt, waarbij we de camera gewoon in de hand vast hebben gehouden.
In de winter periode heb ik de tijd genomen om over camera houders na te denken, die ik op een veilige manier kan gebruiken. Eerst maar eens tekeningen maken en concepten uitwerken.
![]() Neus |
![]() Romp |
![]() Stabilo |
Hiervoor heb ik meerdere ervaren mensen geraadpleegd. Ook hebben zweefvliegers gereageerd, door foto’s te sturen, die ervaring hebben met het vliegen met camera’s op de kist. Waarvoor dank! Eerst maar eens toestemming gevraagd aan de club, voordat ik aan het bouwen ga. De concepten worden goedgekeurd. Yes!.
Vandaag was het dan zo ver. Mijn eerste vlucht(en) met de camera houders. Eerst heb ik de montage door een instructeur van de club laten controleren en is de instructeur daarna meegevlogen.
Onder de romp geeft een prachtig beeld van de start en de landing. maar ook het in en uitklappen van het wiel.
![]() |
![]() |
Het was de eerste vlucht met deze houder, dus de hoek waaronder de camera hangt was dus even ‘inschatten’. De volgende vlucht een beetje de camera hoger richten, zodat je met een ingeklapt wiel ook een stukje romp kunt zien.
Deze houder heeft me het meeste werk gekost. Maar het resultaat mag er dan ook zijn.
![]() |
![]() |
Vaak wordt een camera midden op de vleugel geplaatst. Hierdoor krijg je een groot wit vlak ik beeld. Ik wilde een camera houder maken, die een stuk voor de vleugel staat. Hierdoor krijg je een veel betere compositie van het beeld.
![]() |
![]() |
![]() |
Toen ik advies vroeg over een camerahouder op het stabilo reageerde menig zweefvlieger bezorgd. Weet je wel wat je doet. Een terechte opmerking. Ik heb vliegers gewoon een camera op het stabilo zien plaatsen met tape. Zo’n verstoring wilde ik niet hebben bij het stabilo. Daarom heb ik van glasfiber een houder gemaakt, waarbij de camera zo’n 30 cm boven het stabilo geplaatst wordt. Tijdens het vliegen merk je er totaal niks van. Geweldig! |
In de aankomende weken wil ik nog wat ervaring opdoen met andere instellingen. Een kleine groothoek lens proberen, zodat er bij de camera op de neus een groter beeld zichtbaar wordt. Een script voor een korte film heb ik al in gedachten…..